We stappen met een steen in onze maag de auto in. Sommige ritten weet je van tevoren.
Daar ligt hij, met zijn olifant dicht tegen hem aan. Zijn zus van acht zit ernaast en aait hem steeds. Zijn lijfje is nog warm.
We hebben Wendy bij ons, want verzorgen kan zij als geen ander. De rust die zij bewaart is bewonderenswaardig. We praten, we drinken thee, we eten samen een broodje. En dan vraagt zijn zus lief aan Wendy: mag ik ook helpen?
Ze blijft voor hem zorgen, ook nu.
Het kistje
We laten zijn kistje maken met een afbeelding van zijn olifant erop. Ik laat een warme sjaal bedrukken met ollie erop. Zijn moeder droeg die tijdens de uitvaart, om hem zo dicht mogelijk bij zich te hebben.
Bij het begin van de dienst steken we de kaarsen aan, in windlichten met geëtste olifanten erin. Erwin begeleidt de kinderen bij dat ritueel. En of dat moment even onderbroken moest worden: bij het bukken schiet de bretel van Erwins broek los tegen zijn achterhoofd. Even adempauze, en een lach.
De film
Tot die dag hadden we ons allemaal goed kunnen houden. Toen startte er een film. Over een heel gelukkig, gewoon gezin. Pannenkoeken bakken met papa in de keuken, buitenspelen met zus, heerlijk op schoot bij mama.
Ik kijk Wendy aan, Erwin kijkt van voor in de zaal naar achteren, en toen braken we alle drie. Bij het zien van die beelden leefde hij opeens voor ons. Hij kreeg een stem, een lach. Een jongetje zoals wij thuis ook hebben rondlopen.
Fakkels langs het pad
De paden naar het grafje zijn aan weerszijden verlicht met fakkels. Er branden vuurpotten, om de ijzige kou van het begraven van een kind symbolisch iets lichter te maken.
Wanneer Erwin samen met een goede vriend van de familie het kistje op het graf zet, scheuren beide heren uit hun broek. Er wordt gelachen door de tranen heen.
Er is geen draaiboek voor. Wat we wel weten: er is meer tijd dan ouders denken, en broertjes en zusjes kunnen beter meedoen dan buitengesloten worden.
Uitvaart van een kind