Hij had zijn baan opgezegd en zijn huis verhuurd om de laatste jaren fulltime voor zijn moeder te zorgen. Dat vertelt hij als we aan tafel zitten.
Er passeren mooie verhalen. En als het voetbal ter sprake komt, is de klik er meteen. Hij en ik zijn allebei groot voetballiefhebber. Zijn moeder deelde dat met hem: elke zondag gingen ze samen, uit en thuis, naar de wedstrijden van Ajax.
Meteen denk ik: hier moet ik iets mee. We lopen de dienst door, alle andere wensen komen aan bod, ik ontwerp de rouwkaart en een dag later is alles geregeld.
De sjaal
Op de dag zelf ga ik in het zwart. Maar niet zonder mijn Ajax-sjaal. Die neem ik mee in mijn tas en leg ik onder het spreekgestoelte.
Tijdens het welkomstwoord zeg ik: hoe kan ik deze dienst leiden zonder een beetje support vanuit onze gedeelde passie. Ik pak de sjaal en doe hem om.
De zoon kijkt me aan en schiet vol. Een beer van een vent, huilend als een kind op de eerste bank in de aula. Ook de kleinzoon, halverwege de dertig en o zo stoer, schiet vol. De hele dienst hou ik de sjaal om, en knipoog ik af en toe naar de kist.
Het einde dat niemand verwachtte
Na vijfenveertig minuten denkt iedereen dat de dienst is afgelopen. Dan knik ik naar de muziekkamer, waar de aulamedewerker de band start. Trommels en luid klappende supporters die roepen: wij zijn Ajax, wij zijn de beste.
Ook oma zat altijd enthousiast mee te klappen op de tribune.
Ik leg mijn sjaal op de kist en buig. Onderwijl hoor ik een deel van de zaal meedoen. Kippenvel. Mijn taak zit erop voor vandaag.
In het eerste gesprek vragen we altijd door op wat iemand graag deed. Niet uit nieuwsgierigheid, maar omdat daar de dienst uit ontstaat. Eén sjaal kan meer doen dan tien zinnen.
Een uitvaart regelen